ABRvS 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1997
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
202302620/1/V3.
Datum uitspraak: 24 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 april 2023 in zaak nr. NL23.6157 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1 Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Oostenrijk een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van pushbacks. Het door de vreemdeling ook in hoger beroep aangehaalde AIDA-rapport (update 2022) bevat geen serieuze aanknopingspunten dat Dublinclaimanten op dit moment te maken krijgen met pushbacks als zij terugkeren naar Oostenrijk.
1.1 Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2 Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023
347-1017
Aangehaalde artikelen
Aangehaald in
- Rb. Den Haag 6 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9791
- Rb. Den Haag 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22324
- Rb. Den Haag 23 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:712
- Rb. Den Haag 13 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22875
- Rb. Den Haag 20 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9397
- Rb. Den Haag 8 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9231
- Rb. Den Haag 15 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21397
- Rb. Den Haag 23 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1863
- Rb. Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1767
- Rb. Den Haag 6 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6839
- Rb. Den Haag 10 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5065
- Rb. Den Haag 23 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2573
- Rb. Den Haag 20 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:20597
- Rb. Den Haag 22 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19757
- Rb. Den Haag 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17569
- Rb. Den Haag 6 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14658
- Rb. Den Haag 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13653
- Rb. Den Haag 6 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1253
- Rb. Den Haag 26 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9828
- Rb. Den Haag 27 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9515