ABRvS 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1922
Bij besluit van 7 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] (hierna: het verzoek) om hem en zijn twee minderjarige kinderen het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat in het uittreksel Justitiële Documentatie van [appellant] staat dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hem op 1 mei 2018 heeft veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur met een proeftijd van twee jaar wegens openlijke geweldpleging in vereniging tegen goederen, gepleegd op 24 december 2013. Het arrest is onherroepelijk geworden op 16 mei 2018. Op die datum is de proeftijd van twee jaar gaan lopen, tot 16 mei 2020. Omdat [appellant] zich ten tijde van het besluit van 7 mei 2020 nog in de proeftijd bevond, bestond er volgens de staatssecretaris een serieuze verdenking tegen [appellant] dat hij een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen. Verder was de rehabilitatietermijn van vijf jaar nog niet verstreken.
De uitspraak op rechtspraak.nl