ABRvS 4 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1749
Bij besluit van 6 juli 2022 heeft de minister de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van rijinstructeur afgewezen. [verzoeker] exploiteert een autorijschool. Hij heeft op 25 mei 2022 bij de minister verzocht om een VOG, omdat hij zijn certificaat voor het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wil verlengen. [verzoeker] exploiteert een autorijschool. Hij heeft op 25 mei 2022 bij de minister verzocht om een VOG. De politierechter heeft [verzoeker] op 25 juni 2020 wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid (artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. De uitspraak van de politierechter is op 10 juli 2020 onherroepelijk geworden. De minister is van mening dat aan het objectieve criterium is voldaan, omdat dit feit, indien herhaald, een risico inhoudt voor de veiligheid en het welzijn van de (minderjarige) leerlingen van [verzoeker].
De uitspraak op rechtspraak.nl