ABRvS 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1520
Op 25 maart 2021 heeft [opposant A] bij de gemeente Amsterdam bezwaar gemaakt tegen het verloop van de op 15 tot en met 17 maart 2021 gehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bezwaar is gericht aan de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In de uitspraak van 20 december 2022 heeft de Afdeling overwogen dat het besluit van 8 oktober 2021 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, dat daartegen op grond van artikel 8:1 van de Awb beroep openstond en dat de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard. De Afdeling heeft het beroep beoordeeld. Aan haar ongegrondverklaring van het beroep tegen het besluit van 8 oktober 2021 heeft de Afdeling onder meer het volgende ten grondslag gelegd. [opposant A] betoogt dat de Afdeling, door geen oordeel te geven over de beroepsgrond dat de verkiezing niet eerlijk is verlopen, in strijd met het internationale recht heeft gehandeld. Hij blijft bij de eis dat de verkiezing, gelet op de onregelmatigheden die hij heeft vastgesteld, ongeldig wordt verklaard en wordt overgedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl