ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1427
Bij besluit van 20 juli 2020 heeft de minister van Financiën op het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens beslist. [appellant] heeft de Belastingdienst met een brief van 31 maart 2020 verzocht om hem op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming te laten weten of zijn persoonsgegevens worden verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening of andere geheime systemen en databases. Als dat het geval is, wenst hij inzage in die gegevens te krijgen, evenals een kopie daarvan. [appellant] heeft de Belastingdienst met een brief van 31 maart 2020 verzocht om hem op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming te laten weten of zijn persoonsgegevens worden verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening of andere geheime systemen en databases. Als dat het geval is, wenst hij inzage in die gegevens te krijgen, evenals een kopie daarvan. De minister heeft bij besluit van 20 juli 2020 te kennen gegeven dat geen persoonsgegevens van [appellant] in de FSV worden verwerkt. In bezwaar heeft de minister zijn besluit gehandhaafd en de rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl