ABRvS 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1370

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om naturalisatie afgewezen. [wederpartij] is staatloos en afkomstig uit Syrië. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat ernstige vermoedens bestaan dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat er ten tijde van de besluiten van 6 augustus 2020 en 5 november 2020 tegen haar een strafzaak over een misdrijf openstond. Volgens de staatssecretaris bestaan geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van het beleid in de Handleiding RWN voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het niet onevenredig was om de uitkomst van de strafzaak niet af te wachten en het verzoek van [wederpartij] om aanhouding van het bezwaar niet in te willigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken