ABRvS 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1298
Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie [locatie A], vastgesteld dat spoedige sanering niet noodzakelijk is en ingestemd met een door [belanghebbende] ten aanzien daarvan ingediend (deel)saneringsplan. [belanghebbende] is voornemens op het perceel [locatie A] een woning te herbouwen en uit te breiden. Daartoe is op 21 januari 2020 aan hem een omgevingsvergunning verleend. In het kader van die omgevingsvergunning is een verkennend bodemonderzoek verricht waaruit bleek dat de locatie sterk verontreinigd is met zink veroorzaakt door historische activiteiten die binnen dit deel van de gemeente Maastricht hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft [belanghebbende] een melding gedaan als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming vanwege zijn voornemen om de bodem ter plaatse van de woning te saneren.
De uitspraak op rechtspraak.nl