ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1030

Bij uitspraak van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1506, heeft de Afdeling het hoger beroep van [appellant] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 december 2020 in zaak nr. 20/1895, gegrond verklaard. [appellant] is de vader van de minderjarige [kind], voor wie hij passend onderwijs wil en daarom voor [kind] aan het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs gedurende de gehele schoolloopbaan heeft gevraagd. [kind] heeft gedurende vijf dagdelen per week individuele begeleiding van de maatschap Quadraat, een instelling te Leiden die geen school is in de zin van artikel 1 van de Wet op de expertisecentra. Om bij Quadraat onderwijs te kunnen volgen heeft [kind] ingeschreven gestaan op de Leo Kannerschool, een school voor voortgezet speciaal onderwijs in de zin van artikel 1 van de Wec, gevestigd in Oegstgeest. Op 14 oktober 2019 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring afgegeven voor [kind] waarbij hij toelaatbaar wordt geacht voor het voortgezet speciaal onderwijs. De toelaatbaarheidsverklaring had na verlenging een looptijd tot en met 31 juli 2021.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken