ABRvS 16 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:766

Bij besluit van 11 september 2019 heeft de korpschef van politie de door MAN Beveiliging V.O.F. gevraagde toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, geweigerd. [bedrijf] heeft de korpschef op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr verzocht toestemming te verlenen om [appellant] als beveiliger te werk te stellen. De korpschef heeft dit geweigerd omdat hij twijfelt of [appellant] voldoende betrouwbaar is om beveiligingswerkzaamheden te verrichten en of hij de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak niet heeft geschaad. Daarbij heeft de korpschef van belang geacht dat in eerdere afwijzende besluiten op verzoeken van beveiligingsorganisaties om toestemming is vermeld dat [appellant] in de periode 2014 tot 2018 verscheidene keren zonder toestemming beveiligingswerkzaamheden heeft verricht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken