ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:710

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft de directeur toezicht primair onderwijs en kinderopvang een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. Op [geboortedatum] 2011 is de dochter van [appellant], [dochter], geboren. Zij is, nadat zij samen met haar ouders van Amsterdam naar Texel is verhuisd, op 29 augustus 2016 als leerling ingeschreven bij [school A] in Den Burg (hierna: de school). Omdat [dochter] uitzonderlijk hoogbegaafd is heeft zij extra begeleiding en ondersteuning nodig. Ondanks meerdere gesprekken tussen (met name) de ouders van [dochter] en het bevoegd gezag van de school, Stichting Kopwerk, is het echter niet gelukt om samen een ontwikkelingsperspectief, zoals bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, voor [dochter] vast te stellen. Zij zijn in hun streven om voor [dochter] een passend ontwikkelingsperspectief vast te stellen gebrouilleerd geraakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken