ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:683
Bij besluit van 3 juli 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van [bedrijf 1 en bedrijf 2] om nadeelcompensatie afgewezen. [bedrijf 1] exploiteert varkenshouderijen en [bedrijf 2] exploiteert agrarische bedrijven op, onder meer, diverse locaties in en rondom Baarlo en Kessel. [bedrijf 1 en bedrijf 2] hebben de minister op 20 februari 2009 verzocht om compensatie van het nadeel dat zij stellen te lijden als gevolg van wat zij noemen het aangescherpte regime in en rondom de Maas, waardoor de waarde en de exploitatiemogelijkheden van de bij hen in eigendom en in gebruik zijnde percelen zijn verminderd. Bijna alle percelen van [bedrijf 1 en bedrijf 2] liggen in het winterbed van de Maas. Op grond van de Beleidslijn Ruimte voor de rivier van 6 april 1996 mocht in het winterbed van de grote rivieren in beginsel geen nieuwe bebouwing meer worden opgericht. In hoger beroep is in geschil of de minister het verzoek om nadeelcompensatie heeft mogen afwijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1950
- Rb. Limburg 21 juni 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:5712
- HR 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2047
- ABRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2764
- ABRvS 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:972
- HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552
- ABRvS 9 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU3719
- ABRvS 13 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF0246