ABRvS 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:503
Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo een aanvraag van [appellant] om verlening van een ontheffing van het parkeerverbod van artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Tynaarlo 2019 afgewezen. Het college heeft de aanvraag van [appellant] bij besluit van 23 mei 2019 afgewezen in het belang van het uiterlijk aanzien van de woonwijk. Volgens het college zijn er voldoende andere mogelijkheden voor [appellant] om zijn bus te parkeren. Het college heeft bij besluit van 21 april 2020 de afwijzing in stand gelaten onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften, maar het bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 23 mei 2019 herroepen, omdat in het besluit van 23 mei 2019 ten onrechte niet de belangen van [appellant] en omwonenden waren afgewogen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het besluit van 21 april 2020 ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl