ABRvS 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:502

Bij besluit van 18 april 2019 heeft de korpschef van politie de toestemming aan [bedrijf] om beveiligingswerkzaamheden door [appellant] te laten verrichten, ingetrokken. [appellant] werkte sinds 2009 als beveiliger. Sinds 2011 werkte hij ook in het weekeinde in een horecazaak aan het Ruiterskwartier in Leeuwarden. Op 6 april 2017 heeft [bedrijf] van de korpschef toestemming verkregen als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Op grond van een aantal incidenten dat in het politieregistratiesysteem is vermeld, is de korpschef van mening dat [appellant] niet langer voldoende betrouwbaar is om voor een beveiligingsorganisatie werkzaamheden te verrichten. Op 19 mei 2020 heeft de korpschef de intrekking na heroverweging gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef de toestemming mocht intrekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken