ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:408
Bij besluit van 13 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om verlening van een omzettingsvergunning voor de woning aan [locatie] in Amsterdam ingewilligd. Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college het besluit van 13 september 2018 ingetrokken, geweigerd een omzettingsvergunning te verlenen en opnieuw het bezwaar van Bewonersvereniging Het Breed ongegrond verklaard. Het college heeft bij besluit van 13 september 2018 aan [appellant] een vergunning verleend voor het omzetten van zelfstandige woonruimte naar maximaal vier onzelfstandige woonruimten in de woning. Aanvankelijk was de woning een zelfstandige woonruimte. Deze is omgezet in vier onzelfstandige woonruimten met een gemeenschappelijke verblijfsruimte, een keuken en een badkamer. Tegen het besluit van 13 september 2018 is door de Bewonersvereniging bezwaar gemaakt. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:277.
De uitspraak op rechtspraak.nl