ABRvS 28 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3993
Bij besluit van 18 februari 2020 heeft het College van procureurs-generaal een verzoek van [appellant] om vernietiging van naar aanleiding van een strafbeschikking in zijn justitiële documentatie opgenomen gegevens, afgewezen. [appellant] heeft op 4 november 2019 het College verzocht om vernietiging van gegevens die naar aanleiding van een strafbeschikking in zijn justitiële documentatie waren verwerkt. Op 19 januari 2020 heeft [appellant] beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op dit verzoek. Bij uitspraak van 4 augustus 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het College door het niet tijdig nemen van een besluit een dwangsom verschuldigd is van € 1.442,00. De rechtbank heeft daarnaast het beroep tegen het besluit van 18 februari 2020 doorgestuurd naar het College ter behandeling als bezwaar. Vervolgens heeft [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar beroep ingesteld. Dit beroep had overeenkomstig artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van rechtswege ook betrekking op het alsnog genomen besluit op bezwaar van 21 januari 2021.
De uitspraak op rechtspraak.nl