ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3877

Bij vier afzonderlijke besluiten van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ambtshalve de adresgegevens van [appellant A] en [appellant B] en hun twee kinderen in de basisregistratie personen gewijzigd in [locatie 1] in Rotterdam en vier bestuurlijke boetes opgelegd van € 325,-. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van een woning aan de [locatie 2]. Zij stonden op dat adres ingeschreven in de brp. Op grond van de resultaten van een adresonderzoek heeft het college bij de besluiten van 3 december 2019 het adres van [appellant A] en [appellant B] en hun kinderen in de brp gewijzigd in [locatie 1]. Bij dezelfde besluiten heeft het college bestuurlijke boetes opgelegd, omdat is nagelaten aangifte van verblijf en adres te doen of een adreswijziging door te geven. Daarnaast heeft het college bij het besluit van 15 januari 2020 geweigerd om [appellant A] en [appellant B] en hun kinderen naar aanleiding van hun aangifte van adreswijziging in de brp in te schrijven op het adres [locatie 2].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken