ABRvS 16 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3791

Bij uitspraak van 14 juli 2022, in zaak nr. 202202464/2/R4, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van [opposant] tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 maart 2022 in zaak nr. 21/19 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [opposant] verzet gedaan en daarbij verzocht in de gelegenheid te worden gesteld op een zitting te worden gehoord. De Afdeling heeft het hoger beroep van [opposant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet voldaan is aan de in artikel 6:5 van de Awb, gelezen in samenhang met de artikelen 1.6, tweede lid, 1.6a en 1.9a van de Crisis- en herstelwet gestelde vereisten. De Afdeling kwam tot dit oordeel omdat [opposant] pas na afloop van de hoger beroepstermijn de gronden van zijn beroep heeft aangevuld. In de rechtsmiddelenverwijzing bij de uitspraak van de rechtbank is ook vermeld dat de Chw van toepassing is en dat dit betekent dat na afloop van de hogerberoepstermijn geen gronden meer kunnen worden aangevoerd, dit overeenkomstig artikel 12 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken