ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3762
Bij besluit van 7 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het vormen van drie woonruimten in de woning op het adres [locatie] in Purmerend. [wederpartij] heeft op 8 juli 2019 een aanvraag ingediend voor het verbouwen van de eengezinswoning op het adres [locatie] in Purmerend tot drie woonruimten. Het college heeft de beslistermijn op 29 augustus 2019 verlengd met zes weken tot en met 14 oktober 2019. Op 14 oktober 2019 heeft het college telefonisch overleg gehad met [wederpartij] over het opschorten van de beslistermijn. [wederpartij] is daar mondeling mee akkoord gegaan. Het college heeft diezelfde dag bij e-mailbericht aan [wederpartij] verzocht om schriftelijk in te stemmen met de opschorting van de beslistermijn tot en met 11 november 2019. [wederpartij] heeft bij e-mailbericht van 15 oktober 2019 te kennen gegeven dat hij daarmee instemt. Vervolgens heeft het college de aanvraag afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl