ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3737
Bij besluit van 30 december 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag van [appellant] over 2014 herzien en vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de definitieve berekening van de zorg- en huurtoeslag van [appellant] over de berekeningsjaren 2012 en 2013 bij afzonderlijke besluiten van 6 januari 2015 herzien en vastgesteld op nihil, en bepaald dat [appellant] over 2012 een bedrag van € 838,00 onderscheidenlijk € 501,00 aan teveel ontvangen zorg- en huurtoeslag moet terugbetalen, en over het jaar 2013 een bedrag van € 1.081,00 onderscheidenlijk € 507,00 aan teveel ontvangen zorg- en huurtoeslag moet terugbetalen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de voorschotten zorg- en huurtoeslag over het jaar 2014 bij besluit van 30 december 2014 herzien en eveneens vastgesteld op nihil. Aan de besluiten ligt ten grondslag dat [appellant] volgens de Belastingdienst/Toeslagen niet rechtmatig in Nederland verbleef of dat zijn verblijfsstatus geen recht gaf op toeslag. Het door [appellant] hiertegen ingediende bezwaar is door de Belastingdienst/Toeslagen bij afzonderlijke besluiten van 19 januari 2019 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend.
De uitspraak op rechtspraak.nl