ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3736
Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden, veranderen en in werking hebben van een melkrundveehouderij op het perceel [locatie 5] in Borculo. [bedrijf] exploiteert op het perceel een melkrundveehouderij. Op het perceel staan meerdere stallen, die in de stukken zijn aangeduid met A, B, C, F, G, H en J. Bij besluit van 1 maart 2006 heeft het college een milieuvergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend op grond waarvan op het perceel 92 melk- en kalfkoeien, 15 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, 60 stuks vrouwelijk jongvee, 207 vleeskalveren tot 8 maanden oud, 60 fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar en 20 legkippen mogen worden gehouden. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de inrit waarvan het gebruik ervan lawaai veroorzaakt, ten onrechte niet bij het bestreden besluit is betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl