ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3729

Bij besluit van 1 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] onder oplegging van een eenmalige dwangsom van € 5.000,00 gelast om vóór 1 april 2018 de geconstateerde gebreken in het pand aan de [locatie] te Utrecht te herstellen en hersteld te (doen) houden. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Utrecht. Het pand heeft meerdere kamers die worden verhuurd. Na inspecties op 12 december 2016 en 6 april 2017 heeft het college bij besluit van 4 mei 2017 aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet. Het pand was volgens het college in een staat die niet voldoet aan voorschriften van het Bouwbesluit 2012, met name op het gebied van brandveiligheid. Bij besluit van 31 mei 2018 is het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 april 2019 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken