ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3617

Bij besluit van 10 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bestuursdwang toegepast door de auto van [appellante] weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten daarvan van € 373,00 op [appellante] te verhalen. Op 10 juni 2019 stond de auto van [appellante] geparkeerd op een parkeerplaats aangeduid met een verkeersbord E7 en een onderbord met de tekst "ma t/m vr 09.00-13.00hr". De auto stond op deze laad- en losplek in het genoemde tijdvak. Dit is een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Daarom heeft het college de auto weggesleept. Verder heeft het college de kosten ten bedrage van € 373,00 op [appellante] verhaald. [appellante] is het hiermee niet eens. In het aanvullend beroep van 16 april 2020 heeft zij, onder verwijzing naar onder meer de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9801, toegelicht waarom het college, nu het verkeers- en onderbord zonder verkeersbesluit zijn geplaatst, volgens haar niet bevoegd was haar auto weg te slepen en de kosten daarvan op haar te verhalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken