ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3522

Bij besluit van 15 januari 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond artikel 2.1, vierde lid, van het Besluit lozen buiten inrichtingen (hierna: Blbi) maatwerkvoorschriften opgelegd aan het waterschap over het lozen van verontreinigd grondwater op de Nederrijn. Bij besluit van 21 januari 2019 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Vallei en Veluwe aan het waterschap een watervergunning verleend voor het onttrekken van grondwater. Het gaat in deze zaken over het lozen van verontreinigd grondwater in de Nederrijn bij Wageningen. Dit grondwater is verontreinigd geraakt als gevolg van de werkzaamheden van de voormalige ENKA-fabriek te Ede, vanaf 1992 tot 2002 producent van kunstvezels. Door de activiteiten van de fabriek zijn de grond op het bedrijfsterrein en het grondwater onder het bedrijfsterrein verontreinigd geraakt. De grond is gesaneerd, waardoor het terrein geschikt is gemaakt voor woningbouw. Het verontreinigde grondwater verplaatst zich. Het heeft zich in de loop van de jaren verspreid in zuidwestelijke richting. Het verontreinigde rondwater bevindt zich momenteel zuidwestelijk van het voormalige ENKA-terrein en ligt onder de woonwijken Maandereng en Rietkampen in de gemeente Ede.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken