ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3506
Bij twee afzonderlijke besluiten van 23 november 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag over toeslagjaar 2020 voor [appellant A] op € 125,00 en voor [appellant B] op € 0,00 gesteld en de te veel uitbetaalde voorschotten ten bedrage van respectievelijk € 962,00 en € 1.145,00 teruggevorderd. Deze uitspraak gaat over de vaststelling en de terugvordering van voorschotten zorgtoeslag voor het toeslagjaar 2020, in verband met toeslagpartnerschap dat is ontstaan tijdens het jaar 2020. Gelet op artikel 3, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zoals die bepaling in 2020 luidde, wordt degene die ingevolge het tweede lid van datzelfde artikel als partner wordt aangemerkt, ook voor de andere perioden van het berekeningsjaar als partner aangemerkt, voor zover die persoon in die perioden op hetzelfde adres als de aanvrager was ingeschreven in de basisregistratie personen. Deze bepaling is op 1 januari 2021 gewijzigd. Ingevolge het nieuwe artikel 3, derde lid, van de Awir wordt een belanghebbende in dezelfde situatie als hiervoor beschreven alleen in de perioden vanaf de dag waarop het toeslagpartnerschap op grond van het tweede lid van artikel 3 van de Awir is ontstaan ook als partner aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl