ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3495
Bij besluit van 11 juni 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant sub 1] om extra uren voor rechtsbijstand aan [appellant sub 2] afgewezen. Op 26 mei 2020 heeft [appellant sub 1] een aanvraag voor extra uren ingediend op de toevoeging met het kenmerk 4NQ0513. Bij het besluit van 11 juni 2020 heeft de raad de aanvraag van [appellant sub 1] afgewezen omdat de tijdgrens van 21 uur voor deze zaak niet wordt overschreden. Aan het besluit op bezwaar heeft de raad ten grondslag gelegd dat uit het verzoek blijkt dat er tot dusver 8 uren waren besteed en toestemming wordt gevraagd voor het verrichten van 4 uren extra. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat de urengrens van 21 uur zal worden overschreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl