ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3490
Bij twee afzonderlijke besluiten van 18 september 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen invorderingsrente in verband met eerder teruggevorderde voorschotten zorg- en huurtoeslag over 2013 bij [appellant] in rekening gebracht. Bij besluit van 12 februari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorg- en huurtoeslag over 2013 voor [appellant] vastgesteld. De dienst heeft hierbij bepaald dat hij de te veel ontvangen voorschotten van respectievelijk € 1.072,00 en € 1.571,00 moet terugbetalen. [appellant] is hiertegen in bezwaar, beroep en hoger beroep opgekomen. De Afdeling heeft bij uitspraak van 17 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3341) geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de vaststelling terecht het inkomen zoals dat is vermeld in de Basisregistratie Inkomen in aanmerking heeft genomen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft executoriaal derdenbeslag gelegd onder het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: UWV) voor onder meer de door [appellant] verschuldigde bedragen ten aanzien van de huur- en zorgtoeslag over 2013.
De uitspraak op rechtspraak.nl