ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3410

Bij besluit van 17 december 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming het verzoek van [appellante] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk toegewezen. [appellante] heeft onder meer verzocht om openbaarmaking van alle documenten die afkomstig zijn van of betrekking hebben op Stichting Kind en Toekomst vanaf het moment dat zij werd opgericht in 1977 tot heden, waaronder ook eventuele inspectiebezoeken of onderzoeken die betrekking hadden op de Stichting. Het verzoek beperkt zich niet tot stukken die op de activiteiten van Stichting Kind en Toekomst in Sri Lanka zien, maar alle stukken die betrekking hebben op deze stichting. De minister heeft in de zoekslag naar aanleiding van het verzoek 32 documenten aangetroffen. Deze documenten heeft hij op een inventarislijst vermeld. De minister besloot documenten 1 tot en met 4, 7, 20 en 23 in het geheel openbaar te maken. Hij heeft besloten documenten 5, 6, 8 tot en met 19, 21, 22, en 24 tot en met 32 gedeeltelijk openbaar te maken. De openbaarmaking daarvan is gedeeltelijk geweigerd gelet op het bepaalde in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d (bijzondere persoonsgegevens) en/of artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e (persoonlijke levenssfeer) van de Wob.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken