ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3404

Bij e-mail van 25 april 2019 heeft [mentor], destijds mentor van [appellant] en lid van de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam, [appellant] gevraagd naar de stand van zaken ten aanzien van de begeleiding van zijn stage. Op 25 april 2019 heeft [mentor] aan [appellant] gemaild: "Geachte confrère, na mijn e-mail van 4 april jl. (hieronder) heb ik op 11 april een telefoontje van mr. Huisman gehad die zei namens u op te treden. Vandaag bereikt mij het bericht dat [patroon A] afziet van zijn voornemen uw patroon te worden. Ik ontvang graag een update van de huidige situatie. Bent u nog in gesprek met [patroon B]? Wordt u nog begeleid door [patroon C]? En zo ja, waaruit bestaat deze begeleiding? Ik wijs u erop dat zo lang u niet feitelijk wordt begeleid uw stage is opgeschort. U mag slechts onder begeleiding van een patroon praktijk uitoefenen. Ik hoor graag per omgaande." [appellant] heeft tegen deze e-mail bezwaar gemaakt. De raad van Amsterdam heeft dit niet-ontvankelijk verklaard, omdat volgens hem geen sprake is van een besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen