ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3403

Bij besluit van 20 december 2019 heeft de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Den Haag goedkeuring onthouden aan [appellant]'s verzoek om goedkeuring stage en wijziging patronaat. [appellant] stond sinds 17 augustus 2016 voorwaardelijk ingeschreven als advocaat op het tableau. Een advocaat-stagiair moet als onderdeel van de beroepsopleiding een stageverklaring krijgen. Daarvoor moet in beginsel voor een periode van drie jaar als advocaat-stagiair stage worden gelopen onder begeleiding van een patroon. Als patroon van [appellant] trad eerst [patroon B] op en later, vanaf 30 april 2019, [patroon A]. De raad in Amsterdam heeft bij besluit van 30 augustus 2019 de stageperiode van [appellant] verlengd met zes maanden tot 17 februari 2020. Tussen [appellant] en [patroon A] is het één en ander voorgevallen, wat voor [patroon A] reden was om de raad van Amsterdam allereerst te verzoeken om bemiddelend op te treden en vervolgens, op 6 november 2019, om goedkeuring om de stage op te zeggen. Dit verzoek heeft de raad van Amsterdam op 30 januari 2020 goedgekeurd, welk besluit door de algemene raad is gehandhaafd (besluit 2). Voor [appellant] was de verstoorde verhouding met [patroon A] reden om te zoeken naar een andere patroon.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen