ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3383

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van [appellant sub 2] om een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van [appellant sub 1] afgewezen. Bij brieven van 24 augustus 2018 en 16 september 2018 heeft [appellant sub 1] het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht om een besluit te nemen over zijn aanvraag om woonkostentoeslag 2013. Bij besluit van 1 november 2018 heeft het college aan [appellant sub 1] meegedeeld dat het zich niet gehouden voelt om een besluit te nemen, omdat er een einde is gekomen aan het geschil tussen hem en [appellant sub 1] met de vaststellingsovereenkomst die het op 8 juni 2016 met [appellant sub 1] heeft gesloten. Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het college het door [appellant sub 1] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant sub 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 maart 2019. Bij uitspraak van 31 maart 2020 heeft de rechtbank het beroep van [appellant sub 1] ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken