ABRvS 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3302
Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo het verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 27 juni 2012 eigenaar van het perceel met daarop gelegen woning aan de [locatie] te Ermelo (hierna: het perceel). Op 29 januari 2018 heeft hij bij het college een verzoek ingediend om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Kom Ermelo" (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Volgens [appellant] heeft dit nieuwe bestemmingsplan tot gevolg dat zowel de bebouwingsmogelijkheden op het perceel als de gebruiksmogelijkheden van de woning ernstig worden beperkt. Hierdoor lijdt hij € 68.180,- schade, aldus [appellant]. Het college heeft over het op het verzoek te nemen besluit advies gevraagd aan de Stichting Advisering Onroerende Zaken. De SAOZ heeft in een advies van 17 april 2019 een vergelijking gemaakt tussen de maximale planologische mogelijkheden uit het nieuwe bestemmingsplan en die uit het daarvóór geldende bestemmingsplan "Kom Ermelo 1998". De SAOZ heeft uiteengezet dat op het perceel onder het oude bestemmingsplan de bestemming ‘Woondoeleinden 1’ rustte en dat het perceel onder het nieuwe bestemmingsplan de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ heeft gekregen.
De uitspraak op rechtspraak.nl