ABRvS 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3300
Bij besluit van 29 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst het verzoek van [appellant] tot intrekking van de vergunning of tot wijziging van de voorschriften van de omgevingsvergunning voor varkenshouderij [vennootschap] aan het [locatie] te Hengelo, afgewezen. Bij besluit van 8 april 2015 heeft het college omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de varkenshouderij. Deze vergunning is onherroepelijk en heeft onder meer betrekking op een gecombineerd luchtwassysteem, waarvoor ten tijde van de vergunningverlening een geurverwijderingsrendement van 85% gold. Volgens [appellant] bestond daarmee qua geur al een overbelaste situatie, maar nu is gebleken dat het rendement van 85% niet kan worden gehaald. Hierdoor is volgens hem sprake van een grotere geurbelasting op de omgeving dan waarvan bij vergunningverlening werd uitgegaan. [appellant] verwijst in dit verband naar het rapport "Evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen bij stallen" van Wageningen University & Research van maart 2018. Naar aanleiding van het WUR-rapport heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat de geuremissiefactoren uit de Regeling geurhinder en veehouderij gewijzigd. Deze wijziging is op 20 juli 2018 in werking getreden. De wijziging komt erop neer dat de emissiefactoren voor combiluchtwassers gelijk zijn gesteld aan die van enkelvoudige luchtwassers, omdat dat rendement volgens WUR in ieder geval kan worden gehaald. Voor de combiluchtwasser van de varkenshouderij komt dat neer op een reductie van 45%.
De uitspraak op rechtspraak.nl