ABRvS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3227
Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft de deken van Den Haag een verzoek van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken, afgewezen. [appellant] heeft met een beroep op de Wob de deken van Den Haag verzocht alle correspondentie, besluiten en overige delen van het dossier waarop zijn naam is vermeld, dan wel die op hem betrekking hebben en zijn belangen raken, te verstrekken. Hij heeft dit verzoek geconcretiseerd. Kort gezegd wil hij documenten van alle correspondentie met de orden, andere instellingen, zijn (beoogd) patronen en zijn gemachtigden met betrekking tot hem en zijn stage, correspondentie met (potentiële) klagers, alle besluitvorming en alle overige stukken die zijn belang raken. De deken van Den Haag heeft dit geweigerd. Het in de Advocatenwet geregelde toezicht op advocaten, het tuchtrechtelijke systeem en de wijze van geheimhouding en openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen moet worden aangemerkt als een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter.
De uitspraak op rechtspraak.nl