ABRvS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3225
Bij besluit van 3 augustus 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van [appellant] om terugbetaling van het lesgeld voor het schooljaar 2018-2019 afgewezen. De minister heeft bij het besluit van 3 augustus 2020 de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat de aanvraag te laat is ingediend. Terugbetaling van het lesgeld had aangevraagd moet worden tijdens het schooljaar. Het schooljaar 2018-2019 is op 31 juli 2019 geëindigd en de aanvraag van [appellant] is pas op 13 juli 2020 ontvangen. [appellant] heeft in bezwaar aangevoerd dat hij het besluit van 3 augustus 2020 nooit schriftelijk heeft ontvangen. Hij heeft met de Dienst Uitvoering Onderwijs gebeld. Toen is hem verteld dat het besluit kon worden gedownload, wat hij vervolgens heeft gedaan. De minister heeft aan het besluit van 19 februari 2021 ten grondslag gelegd dat [appellant] het bezwaar te laat heeft ingediend, namelijk op 13 november 2020, en dat dit na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken valt.
De uitspraak op rechtspraak.nl