ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:322

Bij afzonderlijke besluiten van 22 november 2018 heeft het college zowel [appellant A] als [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast om de gestelde strijdigheden met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 1b, vijfde lid, van de Woningwet op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Groningen op te heffen door het gebruik als studio te staken en gestaakt te houden en door de situatie op de percelen in de oude staat te herstellen en alsnog een sloopmelding voor de uitgevoerde sloopwerkzaamheden in te dienen. [appellanten] zijn eigenaren van de panden op de percelen. Volgens het college zijn deze panden in het verleden samengevoegd tot één pand. Op 27 juni 2018 heeft een toezichthouder geconstateerd dat de panden waren gestript en dat constructieve wijzigingen werden aangebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken