ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3161

Bij brief van 13 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen geweigerd om het door [appellanten] in hun melding opgenomen plan voor een in- en uitrit toe te staan. [appellanten] zijn bewoners van de woning aan de [locatie] in Wageningen. Zij willen dat de grond naast de woning voor een deel als parkeerplaats met in- en uitrit gebruikt kan worden. Eerder werd dat stuk grond door de vorige bewoners als tuin gebruikt. [appellanten] hebben toestemming gevraagd voor hun plannen aan de verhuurder van de woning, de Woningstichting. De Woningstichting heeft die toestemming verleend bij brief van 20 maart 2019, omdat zij in de veronderstelling was dat zij eigenaar was van de grond die [appellanten] wilden bewerken. Vervolgens hebben [appellanten] op een deel van de grond groen verwijderd, bestrating aangebracht en een schutting geplaatst. De gemeente heeft [appellanten] bij brief van 22 juli 2019 geïnformeerd dat zij zonder gebruiksovereenkomst en zonder overleg met de gemeente openbare ruimte in gebruik hebben genomen voor een parkeerplaats met in- en uitrit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken