ABRvS 26 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3088
Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college van Amsterdam [appellant], onder aanzegging van bestuursdwang, gelast: 1. [woonboot 1] op het perceel [locatie 1] en [woonboot 2] op het perceel [locatie 2] te Amsterdam uit de wateren van de gemeente Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden; 2. de op het dijklichaam door [appellant] gerealiseerde bouwwerken voor de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te verwijderen en verwijderd te houden; 3. de drijvende aanhorigheden bestaande uit vier pleziervaartuigen, een opslag- en dekschuit en een houten drijvend terras uit de wateren van de gemeente Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden. Het college heeft de last opgelegd omdat [appellant] geen omgevingsvergunning voor bouwen heeft voor de woonboten en de bouwwerken op de oever en ook niet beschikt over ligplaatsvergunningen op grond van de Verordening op het Binnenwater 2010 voor de woonboten.
De uitspraak op rechtspraak.nl