ABRvS 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3027
Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk op verzoek van [appellant] diverse documenten al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op verzoek van het college heeft [appellant] zijn verzoek gepreciseerd. Naar aanleiding van een gesprek op 3 juli 2019 over de inhoud en reikwijdte van zijn verzoek heeft er nog een briefwisseling tussen [appellant] en het college plaatsgevonden waarin het verzoek van [appellant] verder is gepreciseerd. Het college heeft diverse documenten aangetroffen die onder de reikwijdte van het verzoek vallen en deze documenten, met inachtneming van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en g, van de Wob, al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft het college gedeeltelijk ongegrond verklaard. Het college heeft het besluit van 2 april 2019 onder aanvulling van de motivering echter gehandhaafd en het verzoek om een proceskostenveroordeling afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl