ABRvS 5 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2867

[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen een aanmaning van de Belastingdienst/Toeslagen van 29 oktober 2019 waarin staat dat [appellant] een betalingsachterstand van € 338,00 heeft ten aanzien van zijn kindgebonden budget over 2017. Dat bedrag is verhoogd met € 7,00 aan aanmaningskosten. Bij besluit van 9 november 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het aan [appellant] toegekende kindgebonden budget voor het jaar 2017 definitief vastgesteld op € 2.203,00. [appellant] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Volgens de Belastingdienst/Toeslagen heeft de Sociale Verzekeringsbank de dienst na dat besluit gemeld dat [appellant] voor de maanden november en december 2017 aanspraak heeft op een buitenlandse gezinsbijslag, omdat de vrouw en kinderen van [appellant] in Slowakije wonen. Indien aanspraak op een buitenlandse gezinsbijslag bestaat, berekent de Belastingdienst/Toeslagen de hoogte van het kindgebonden budget en beoordeelt de SVB of de buitenlandse gezinsbijslag nog moet worden aangevuld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken