ABRvS 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2819
Bij besluit van 7 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn de woning van [appellante] aangewezen als gemeentelijk monument. [appellante] en haar echtgenoot zijn eigenaren van de woning aan de [locatie A] in Hoorn (hierna: het pand). Het pand en de woning aan de [locatie B] zijn oorspronkelijk gebouwd als dubbele dienstwoning behorend bij de inmiddels afgebroken watertoren van Hoorn. Om de hoek van het pand ligt het voormalig kantoor van het waterleidingbedrijf. Op 1 november 2017 heeft het college aan [appellante] het voornemen bekend gemaakt om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het college heeft aanvullend gemotiveerd dat het interieur nog moet worden onderzocht en dat daarop na inschrijving van het aanwijzingsbesluit in het erfgoedregister de voorbescherming van toepassing blijft. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het interieur nog onder de voorbescherming valt.
De uitspraak op rechtspraak.nl