ABRvS 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2818
Bij besluit van 6 november 2017 heeft de raad voor de Kinderbescherming de aanvraag van [appellante] om een verklaring van geen bezwaar om pleegkinderen in haar gezin op te nemen, afgewezen. [appellante] heeft op 21 augustus 2017 een aanvraag ingediend voor een verklaring van geen bezwaar om de pleegkinderen [kind 1] en [kind 2 in haar gezin op te nemen. De raad heeft de aanvraag afgewezen. De staatssecretaris heeft deze afwijzing in bezwaar gehandhaafd. Op basis van de standpunten van geraadpleegde raadmedewerkers en eerder gehouden beschermingsonderzoeken naar de eigen kinderen van [appellante] heeft de staatssecretaris geconcludeerd dat sprake was van zodanige gedragingen, mentaliteit en/of omstandigheden in het gezin van [appellante] dat plaatsing van de pleegkinderen een gevaar kon opleveren voor hun welzijn. De rechtbank heeft bij uitspraak van 8 november 2018 geoordeeld dat de raad het bezwaar van [appellante] wegens het ontbreken van belang niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl