ABRvS 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:28

Bij besluit van 25 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Deze uitspraak gaat over de inbewaringstelling van illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen die internationale bescherming genieten in een andere EU-lidstaat. De vreemdeling in deze zaak heeft een geldige vluchtelingenstatus in Duitsland. Gelet op die status heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen te vertrekken naar het grondgebied van Duitsland en heeft hij afgezien van het nemen van een terugkeerbesluit. De vraag is of de staatssecretaris de vreemdeling vervolgens rechtmatig in bewaring heeft gesteld met het oog op haar gedwongen vertrek naar Duitsland. Daarbij is het de vraag (a) of de Terugkeerrichtlijn aan de inbewaringstelling van de vreemdeling in de weg staat en (b) of de gebruikte wettelijke grondslag de grondrechten van de vreemdeling eerbiedigt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken