ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2634
Bij besluit van 21 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,-. Op 17 februari 2018 ontving de gemeente een melding dat de woning aan de [locatie] in Amsterdam werd verhuurd aan toeristen en dat dit erg veel overlast veroorzaakte. [appellante] was op dat moment de eigenares van deze woning. Vanaf 1 november 2016 stond zij niet op dat adres ingeschreven in de basisregistratie personen. Naar aanleiding van de melding hebben toezichthouders van de gemeente op 18 februari 2018 onderzoek gedaan in de woning. Hun bevindingen staan in een rapport van bevindingen. Daarin staat dat de toezichthouders in de woning zes Zweedse toeristen hebben aangetroffen. In het rapport staat verder dat een van deze toeristen heeft verklaard dat hij de dag ervoor samen met een vriend is aangekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2849
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2850
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2851
- ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:577
- ABRvS 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1562
- EHRM 7 juni 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0607JUD000483706
- EHRM 2 juli 2002, ECLI:CE:ECHR:2002:0702JUD003340296
- EHRM 23 september 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0923JUD002781295