ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2632

Bij besluit van 10 februari 2020 heeft het van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [vergunninghouder] een omzettingsvergunning verleend voor het pand [locatie 1] in Tilburg. Op 5 maart 2020 is deze vergunning gezet op naam van [appellant A]. [partij] en anderen hebben tegen het besluit van 10 februari 2020 bezwaar gemaakt, omdat in de panden [locatie 2] en [locatie 3] een instelling voor jeugdige asielzoekers gevestigd is. Als bewoners van de Brahmsstraat vinden zij een tweede adres met kamerbewoners op korte afstand onwenselijk. Het college heeft hun bezwaar gegrond verklaard, de omzettingsvergunning herroepen en de aanvraag alsnog afgewezen. Het college heeft die panden aangemerkt als maatschappelijke voorziening die binnen 50 m van het pand [locatie 1] ligt en van invloed kan worden geacht voor de leefbaarheid. De omzettingsvergunning is volgens het college verleend in strijd met artikel 2.1, aanhef en onder a, van de Beleidsregels Huisvestingsverordening Tilburg 2018.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken