ABRvS 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:248

Bij tussenuitspraak van 4 november 2020, (ECLI:NL:RVS:2020:2605), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Groningen opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daar omschreven gebreken in het besluit van 25 september 2019, waarbij het bestemmingsplan "Haren Raadhuisplein" is vastgesteld, te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 11.5 overwogen dat is gebleken dat de raad met de vaststelling van het plan heeft beoogd een inpandige laad- en losruimte mogelijk te maken, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - overdekte laad- en losruimte" in de noordelijke strook van het plangebied, maar dat deze bedoeling van de raad niet uit de planregels en de verbeelding bij het plan blijkt. Gelet hierop heeft de raad het plan naar het oordeel van de Afdeling niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Dat is in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken