ABRvS 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2438
Bij besluit van 12 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante A] om haar en haar kind het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen omdat [appellante A] bij de indiening ervan geen gelegaliseerde geboorteakte en geen geldig buitenlands reisdocument heeft overgelegd, zodat haar identiteit en nationaliteit niet zijn komen vast te staan. Verder heeft [appellante A] volgens de staatssecretaris niet aangetoond in bewijsnood te verkeren. De staatssecretaris heeft het verzoek ook afgewezen, omdat [appellante A] niet als voldoende ingeburgerd in de Nederlandse samenleving kan worden beschouwd. Zij heeft namelijk geen diploma van inburgering overgelegd of aangetoond dat zij is vrijgesteld of ontheven van de inburgeringsplicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl