ABRvS 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2379
Bij besluit van 29 juni 2020 heeft de burgemeester van Den Haag aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. [appellant] was getrouwd met [ex-echtgenote]. Zij woonden samen met hun twee minderjarige kinderen. Op 29 juni 2020 was er een incident in hun woning en is de politie ter plaatse gekomen. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de hulpofficier van justitie (hierna: hovj) voor een beslissing huisverbod van 29 juni 2020 volgt onder meer dat [appellant] en [ex-echtgenote] destijds wilden scheiden. Tijdens een ruzie tussen beiden ontstond een worsteling en viel [ex-echtgenote] op een tafeltje. [ex-echtgenote] heeft verklaard dat [appellant] haar daarna probeerde te wurgen. De burgemeester heeft hieruit afgeleid dat de aanwezigheid van [appellant] in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van [ex-echtgenote], of een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl