ABRvS 10 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2327
Bij brief van 7 februari 2019 heeft het CJIB [appellante] naar het stelt te kennen gegeven dat er een zogenoemde kentekenblokkade op haar naam zal worden geregistreerd. Het CJIB heeft de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW) op 21 februari 2020 gemeld dat [appellante] vijf of meer boetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften niet heeft betaald. Het CJIB stelt zich op het standpunt dat het [appellante] bij de brief van 7 februari 2019 ervan op de hoogte heeft gesteld dat na 21 februari 2019 een zogenoemde kentekenblokkade op haar naam geregistreerd zal worden. [appellante] stelt dat zij de brief van 7 februari 2019 niet heeft ontvangen. Zij stelt dat zij, nadat op het postkantoor bleek dat zij geen kenteken op haar naam kon laten zetten, op 9 maart 2020 telefonisch van de RDW heeft vernomen dat op haar naam een kentekenblokkade is geregistreerd. [appellante] heeft bij brief van 10 maart 2020 bezwaar gemaakt en het CJIB verzocht de kentekenblokkade op te heffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl