ABRvS 3 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2253
Bij besluit van 5 februari 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen uitstel van betaling verleend aan [appellante] en een persoonlijke betalingsregeling vastgesteld, inhoudende 24 gelijke maandelijkse termijnen van € 295,00. [appellante] heeft verzocht om uitstel van betaling en een persoonlijke betalingsregeling in verband met teruggevorderde huurtoeslag over 2014 en zorg- en huurtoeslag over 2015 en 2016. Het totale bedrag van de terugvordering waarvoor [appellante] om een persoonlijke betalingsregeling heeft verzocht bedraagt volgens de Belastingdienst/Toeslagen in het besluit van 5 februari 2019 € 8.313,00. De dienst heeft naar aanleiding van dit verzoek bij het besluit van 5 februari 2019 uitstel van betaling verleend en een persoonlijke betalingsregeling vastgesteld, inhoudende 24 gelijke maandelijkse termijnen van € 295,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 7a AOW
- Artikel 13 Uitv.reg.IW
- Artikel 15 Uitv.reg.IW
- Artikel 16 Uitv.reg.IW
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 8:57 Awb
- Artikel 8:108 Awb
- Artikel 8:114 Awb
- Artikel 1 WHT
- Artikel 5 WHT
- Artikel 13 WHT
- Artikel 17 WHT
- Artikel 3 Participatiewet
- Artikel 21 Participatiewet
- Artikel 22 Participatiewet
- Artikel 22a Participatiewet
- Artikel 23 Participatiewet
- Artikel 1 Zorgverzekeringswet
- Artikel 41 Zorgverzekeringswet