ABRvS 3 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2247

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de burgemeester van Nijmegen geweigerd om aan [appellant] een drank- en horecavergunning te verlenen. [appellant] heeft een drank- en horecavergunning aangevraagd voor de exploitatie van het horecabedrijf [café] met als beoogd vestigingsadres [locatie 1] te Nijmegen. Hiervoor was [appellant] exploitant van [eetcafé] aan de [locatie 2] te Nijmegen en had hij daarvoor een drank- en horecavergunning. De burgemeester heeft de aanvraag afgewezen. Uit het antecedentenonderzoek bleek dat er vijf feiten op naam van [appellant] staan geregistreerd in de periode van 2014 tot 2017. Volgens de burgemeester voldoet [appellant] wegens de antecedenten niet aan de eis van artikel 8, eerste lid, onder b, en tweede lid, van de Drank- en Horecawet, dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken